De achtergrond en het ontstaan van de osteopathie.

De “uitvinder” van de osteopathie is Andrew Taylor Still, die omstreeks 1870 in de Far West, namelijk in de Amerikaanse staat Missouri, tot het besef kwam dat er een andere aanpak voor het verbeteren van de gezondheidstoestand van zijn patiënten moest bestaan, hij was namelijk een klassiek geschoold huisarts. Door enkele toevallige gebeurtenissen in zijn leven begon hij het belang van de wervelzuil, het zenuwstelsel en het idee van de homeostase beter te bestuderen en te begrijpen. Hij ging hierbij uit van een doorgedreven kennis van de anatomie, de neurologie en fysiologie en vooral de relaties tussen deze gebieden. Hij ontdekte namelijk dat een geblokkeerd wervelsegment een grote invloed had op het hele functioneren van het lichaam. Men mag niet van de veronderstelling uitgaan dat we geblokkeerde wervels weer “op hun plaats zetten”, dit is een misverstand dat soms bij de mensen leeft maar niets is minder waar. Tussen de verschillende wervels zitten een aantal gewrichtjes die de verbinding uitmaken en hierin kan een bewegingsbeperking of bewegingsverlies optreden en dat heeft dan zijn gevolgen op neurologisch en fysiologisch gebied. Deze stelling kan men in ieder klassiek werk van neuro- of fysiologie terugvinden. De studie van de osteopathie zal dan ook gebruik maken van dezelfde basisleerstof (anatomie, neurologie en fysiologie) als in de klassieke benadering. De hele studie is gebaseerd op feitenkennis en niet op zweverige, halfzachte handoplegging of iets dergelijks. In de opleiding osteopathie zal men geen vakken als farmacologie of chirurgie aantreffen omdat dit niet de tools zijn waar wij gebruik van maken. Wat gebruikt de osteopaat dan wel? Ook geen hamers, of injecties, neen, in principe enkel zijn/haar handen. Osteopathie is een manuele techniek. Het doel is niet het paard of de hond te “genezen”, maar zijn lichaam in staat stellen om zichzelf te genezen. Vandaar dat het geen geneeskunde is maar een geneeswijze. 

Men spreekt daarom ook van alternatieve (of complementaire) geneeswijze en niet complementaire geneeskunde.